Naar de inhoud
SwingIQ

De theorie erachter

De 8-step swing van Jim McLean

Een model dat de golfswing in acht herkenbare momenten opdeelt. Niet om te scoren, maar om te kunnen benoemen wáár in de beweging iets verandert.

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8

Waarom acht stappen

De Amerikaanse golfprofessional Jim McLean beschreef de swing als een reeks van acht posities. Het idee erachter is eenvoudig: een swing duurt ongeveer een seconde, en in die seconde gebeurt te veel om als één geheel te bespreken. Door er acht ijkpunten in te leggen, krijg je een taal om over de beweging te praten.

Het model is populair geworden bij coaches omdat het bruikbaar is zonder apparatuur: je kunt een swing op video stilzetten op elk van de acht momenten en die posities met elkaar vergelijken — tussen twee spelers, of tussen dezelfde speler op twee verschillende dagen.

De acht stappen, één voor één

Per stap: wat er gebeurt, en waar SwingIQ naar kijkt als hij jouw swing naast je referentie legt.

Stap 1

Adres

Address

De uitgangspositie, vlak voordat de beweging begint: de stand van je voeten, de buiging vanuit je heupen, waar de bal ligt ten opzichte van je lichaam en hoe je handen de club vasthouden. Alles wat daarna gebeurt, vertrekt vanaf hier.

In SwingIQ: een andere stand of balpositie dan bij je beste slag verklaart vaak in één keer waarom de rest van de swing anders aanvoelt.

Stap 2

Wegname

Takeaway

De eerste beweging naar achteren, tot de club ongeveer evenwijdig aan de grond staat. De handen doen hier weinig; de beweging komt uit de schouders en de romp. Een takeaway die te snel naar binnen of naar buiten loopt, moet later in de swing gecorrigeerd worden.

In SwingIQ: het tempo en de baan van deze eerste beweging, want hier ontstaat het verschil dat je pas bovenin merkt.

Stap 3

Vroege backswing

Halfway back

Je linkerarm (voor een rechtshandige speler) staat evenwijdig aan de grond. Dit is het moment waarop zichtbaar wordt hoeveel je bovenlichaam draait en hoe je onderlichaam stabiel blijft — de spanning die je in de rest van de backswing opbouwt.

In SwingIQ: de draai van je schouders ten opzichte van je heupen, vergeleken met de swing waar je tevreden over was.

Stap 4

Top van de swing

Top of the swing

Het hoogste punt, waar de beweging van richting verandert. De lengte van je backswing is heel persoonlijk: verder is niet beter. Wat telt is of je vanuit deze positie in balans terug kunt versnellen.

In SwingIQ: de positie van je handen en de stand van je schouders bovenin, plus hoe lang je erin blijft.

Stap 5

Vroege downswing

Halfway down

De overgang: het onderlichaam begint terug te draaien terwijl de armen nog volgen. Dit is het lastigste deel van de swing en het gaat razendsnel — in de orde van tienden van seconden. Veel verschil tussen een goede en een slechte dag ontstaat precies hier.

In SwingIQ: de volgorde waarin heupen, romp en armen op gang komen; dat is waar timing zich verraadt.

Stap 6

Impact

Impact

Het moment dat de club de bal raakt. Het duurt minder dan een duizendste seconde en bepaalt vrijwel alles aan de vlucht van de bal. Je positie hier — de stand van je heupen, waar je gewicht is, waar je handen zijn — is de optelsom van de vijf stappen ervoor.

In SwingIQ: het geluid van de klap bepaalt exact welk beeld impact is, zodat de vergelijking op precies hetzelfde moment gebeurt.

Stap 7

Doorswing

Follow-through

Direct na de bal, waar de club doorloopt en het lichaam blijft draaien. Je kunt hier niets meer beïnvloeden aan de slag, maar wat je hier ziet vertelt wel wat er ervóór is gebeurd — een geblokkeerde doorswing wijst terug naar de overgang.

In SwingIQ: of je doorswing net zo vrij verloopt als bij je referentie, of dat er iets afremt.

Stap 8

Finish

Finish

De eindpositie: in balans, gewicht op de voorste voet, borst naar het doel. Rustig kunnen uitstaan in je finish is een van de eerlijkste aanwijzingen dat de swing in balans was — je kunt hem niet faken als de rest wankel was.

In SwingIQ: of je de finish net zo stabiel vasthoudt als bij je beste slag; wankelen verraadt vaak een tempoprobleem eerder in de swing.

Een taal, geen scorekaart

Het 8-step-model wordt soms gebruikt om posities af te vinken: klopt stap 3, klopt stap 4. Zo gebruiken wij het niet. Er bestaat geen positie die voor iedere golfer juist is — lichaamsbouw, lenigheid en jarenlange gewoontes maken dat onmogelijk.

Waar het model wél sterk in is, is plaatsbepaling. Als je weet dat het verschil in stap 5 zit, weet je waar je moet kijken en waar je met je pro over moet praten. Dat is een heel ander gesprek dan een cijfer.

Het verschil dat dit maakt

Een oordeel

Je swing scoort 72 uit 100. Je schouderrotatie wijkt 8 graden af van het model.

Een aanknopingspunt

In stap 5 komen je armen eerder op gang dan bij je beste slag met deze club. Je heupen volgen in plaats van dat ze leiden.

Het 8-step-model is ontwikkeld door golfprofessional Jim McLean. SwingIQ is niet verbonden aan hem of aan zijn organisatie; we gebruiken zijn indeling als algemeen aanvaard raamwerk om verschillen in een swing te kunnen benoemen.

Je beste slag heb je al geslagen

Film je volgende swing en zie meteen wat er anders gaat dan toen het wél lukte.

Gratis account, geen creditcard nodig. Vragen? Ook zonder account krijg je antwoord.

Terug naar je eigen swings

Je account staat klaar. Kom je ergens niet uit of mis je iets? Stel gerust een vraag — je krijgt gewoon antwoord.